Ook wij kijken uit naar 2021. Hoewel we bij Mangelmoes toch voorzichtig van een succesjaar durven spreken, staan we te popelen om 2021 in te vliegen. 

Zowel wat bodemleven als de inhoud van de pakketten betreft maken we duidelijk vooruitgang. Maar…alles kan beter!

Het aantal regenwormen in de bodem is een heel goede graadmeter voor de gezondheid van het bodemleven. De kwaliteit van de groenten is een andere. Beide tonen aan dat we op de goeie weg zijn. Tegelijkertijd weten we dat we beter kunnen en moeten. 

Een heel belangrijk aspect hierbij is de aandacht voor de verhoudingen van mineralen in de bodem. In bijna elke bodem in de wereld zitten voldoende mineralen om groenten te telen (zelfs in de sahara bijvoorbeeld). Zolang er water, lucht, licht en warmte aanwezig zijn, volgt het bodemleven dat noodzakelijk is om groenten te telen. 

Wil men echter optimaal groenten telen, is het aan te raden om te zorgen dat deze mineralen in bepaalde verhoudingen aanwezig zijn.

Een standaard bodemanalyse kijkt welke opneembare stoffen in de bodem aanwezig zijn. De focus wordt hier gelegd op stikstof, fosfor, kalium en calcium, en in welke mate deze stoffen in een opneembare status aanwezig zijn.

Bij Mangelmoes kijken we echter naar de verhouding van totale mineralen. Op deze manier zorgen we dat het bodemleven kan floreren in de ideale omstandigheden. Als het bodemleven het goed doet, zal automatisch gezorgd worden dat de mineralen die de plant nodig heeft opneembaar worden. 

Het wortelnetwerk van de planten wordt dankzij het bodemleven enorm uitgebreid, niet zomaar een beetje, maar vele meervouden.  

Schimmels spelen hierbij een enorm belangrijke rol. En als je paddestoelen ziet verschijnen tussen de groenten, dan weet je dat je goed bezig bent.

Waar veel landbouwers het bodemleven nogal eens durven verstoren door ploegen, frezen of eender welke bodembewerking, vermijden wij dit. Bacteriën herstellen zich heel snel na een bodembewerking. Schimmels hebben meer tijd nodig. 

Echt duurzame landbouw zorgt er voor dat de bodem niet bacteriedominant is, maar dat ook de schimmels hun ding kunnen doen. Hoe meer de bodem bewerkt wordt, hoe meer het bodemleven terug naar 0 gaat, hoe dominanter de bacteriën zijn. De groenten krijgen dan niet de stoffen binnen die ze nodig hebben. Schimmels zorgen immers dat niet opneembare stoffen opneembaar worden. Dan heb je twee keuzes. 

Je kan opneembare stoffen toedienen aan de bodem. Veel landbouwers gebruiken in dit geval kunstmest. Hier zit dan voldoende stikstof, fosfor en kalium in om mooie, er goed uitziende groenten te kweken. Aan “minder belangrijke” stoffen wordt geen aandacht geschonken. Zo krijg je mooie planten met minder voedingswaarde. Wat belangrijker is: omdat je bodemleven niet gestimuleerd wordt, beland je in een vicieuze cirkel: bodembewerking en kunstmest zijn meer en meer nodig. Onkruid blijft komen, omdat onkruid houdt van bacteriedominante bodems. En wat kan je doen tegen onkruid? Daar bestaan natuurlijk producten voor. Het probleem met deze producten is echter dat ook de schimmels in de bodem weer verdwijnen, en je het bodemleven weer een stap terugduwt. 

De aandachtige lezer ontwaart al een andere strategie om onkruid te onderdrukken. Het bodemleven laten evoluren naar een meer schimmeldominante vorm. 

Onkruiden zijn zeer nuttig in de natuur. Zij zorgen er voor dat de natuur naar haar geliefde climaxvegetatie kan gaan: een bos. Op een naakte bodem zonder bodemleven verschijnen er altijd eerst onkruiden. Deze hebben tot doel om bepaalde mineralen opneembaar te maken voor volgende gewassen.

Pioniers zijn overwegend eenjarige planten. Ze kiemen, groeien en produceren zaad in hetzelfde groeiseizoen. Ze vormen veel en licht zaad, dat zich gemakkelijk verspreidt. Zo bedekken ze heel snel een naakte en verstoorde bodem. De verstoring van de bodem kan spontaan gebeurd zijn, bijvoorbeeld waar bomen door een storm zijn omgewaaid, maar ze kan ook het gevolg zijn van een menselijke activiteit zoals het omploegen van een akker.

Als deze bodem niet verstoord wordt, zullen vervolgens grassen, struiken en ten slotte bomen overheersen. In België is een beuken- of eikenbos altijd het eindpunt van deze evolutie.

Wat wij als landbouwers willen, is er voor zorgen dat we wat verder in deze evolutie blijven, terwijl we toch af en toe een naakte bodem hebben. Dit doen we ten eerste door de bodem zo weinig mogelijk naakt te laten. Minstens even belangrijk is echter om te zorgen dat de bodem niet verstoord wordt, dat de bodem dus meer schimmeldominant is, en dat onkruiden gewoonweg niet meer noodzakelijk zijn om naar de volgende fase in deze evolutie te gaan. De groenten die we dan kweken zitten zijn dankzij een gebalanceerde bodem ook gebalanceerder wat voedingsstoffen betreft. Ik besef nu dat ik hier uren en pagina’s vol over kan schrijven, en dat ik nog ander werk heb. 🙂

Hier hou ik het dus voorlopig bij, maar als je vragen hebt, altijd welkom. 😉

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *