Paksoi is een heerlijke kool, vaak gebruikt in de aziatische keuken.

Zelf vind ik paksoi heerlijk in eender welk wokgerecht (maar ik vind dan ook bijna alles lekker in de wok).

De vlezige, dikke stengels zijn knapperig; rauw zelfs bijna krokant, net zoals selderij. De grote, lepelvormige bladeren zijn daarentegen dun en sappig, en heel mild van smaak.

Voor het beste resultaat laat je de pan eerst loeiheet worden en doe je niet te veel tegelijkertijd in de pan. Tijdens het garen komt er namelijk best wat vocht uit paksoi, en je wilt echt lekker bakken, niet koken. Reken voor de bladstelen een minuut of drie tot vijf en voeg daarna pas de reepjes blad toe. Zodra die beginnen te slinken, meestal na één of twee minuten, is het geheel heerlijk beetgaar en klaar om te serveren. De bladstelen zijn dan nog knapperig en de blaadjes heerlijk sappig. Heerlijk in combinatie met rijst of noedels!

Rijstnoedels met paksoi en varkensvlees

Ingredënten

  • rijstnoedels (brede, of tagliatelle)400 g
  • paksoi600 g
  • varkenslapjes (dunne)400 g
  • knoflook2 teentjes
  • rode chilipeper1
  • gemberwortel (vers)3 cm
  • sesamolie2 el
  • vissaus
  • lichte sojasaus

Bereiding

  1. Kook de noedels beetgaar.

  2.  Spoel de paksoi en maak de blaadjes los. Snij de stelen in stukken en hak de blaadjes grof.

  3.  Snij het vlees in stukjes. Pel en hak de knoflook. Spoel het pepertje, verwijder de zaadjes en snij het in reepjes. Schil de gember en snij ’m in heel fijne staafjes.
  4. Wok het pepertje, de gember, de knoflook en het vlees 2 minuten in de sesamolie. Roer er de paksoi door en blus met een beetje sojasaus.
  5. Roerbak tot de groenten gaar zijn en breng op smaak met sojasaus en vissaus. Serveer met de rijstnoedels.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *